Flexibel

FMG Flexibel

flexi·bel (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)

1) variabel: flexibele werktijden
2) soepel, buigzaam
3)(van personen) meegaand, plooibaar

U kunt met ons letterlijk alle kanten op. Niet alleen voelen we ons thuis in alle uithoeken van reclameland, we gaan ook nog eens aan de slag op de manier en tijden zoals u dat wenst.